Artikel

Liquidatiereserves aanleggen in een vennootschap: altijd een goed idee?

Artikel | Jul 20, 2022

 

Vooraleer in te gaan op de do's -and- don'ts in verband met liquidatiereserves, nog even kort een woordje toelichting over deze vorm van winstbestemming in een vennootschap. Sinds het aanslagjaar 2015 kunnen kleine vennootschappen immers een liquidatiereserve uitkeren. Om te weten wat een kleine vennootschap inhoudt dien je te kijken naar het artikel 1:24 van het nieuwe wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.

De liquidatiereserve kan worden aanzien als een gunstig fiscaal regime om op een later tijdstip geld uit de vennootschap uit te keren. Hieronder worden de verschillende onderdelen van de liquidatiereserve individueel toegelicht.

Wat is een liquidatiereserve?

De liquidatiereserve is een individuele passiefrekening waarop een KMO jaarlijks een deel van de winst van het boekjaar op boekt. Een KMO dient dus een afzonderlijke passiefrekening aan te maken. Op het moment van het aanleggen van de liquidatiereserve betaalt de KMO 10% roerende voorheffing. Wanneer de vennootschap een wachttermijn van vijf jaar respecteert kan dit worden uitgekeerd als dividend. Bij deze uitkering zal er een verlaagd tarief van 5% roerende voorheffing verschuldigd zijn. De vennootschap in kwestie betaalt dus in totaal een roerende voorheffing van 15% mits het respecteren van de wachttermijn van vijf jaar. Deze laatste uitkering wordt tot een roerende voorheffing van 0% herleid indien dit een liquidatie van een vennootschap betreft (let wel op fiscaal misbruik waarover later meer).

Een belangrijke regeling waarbij er rekening gehouden moet worden is de onaantastbaarheidsvoorwaarde. Dit betekent dat het geld dat de vennootschap op de passiefrekening zet op deze rekening moet blijven staan.

Hierbij worden twee (eenvoudige) voorbeelden uiteengezet waarbij vennootschap 1 geen liquidatiereserve aanlegt en vennootschap 2 hier wel gebruik van maakt.

VOORBEELD 1

Vennootschap A heeft een winst van het boekjaar na belastingen van €1000,00. Het bestuur beslist om dit als dividend uit te keren.

Boekhoudkundige winst na belastingen €1000,00

Roerende voorheffing -€300,00

Te bestemmen winst €700,00

Je kan er echter ook voor kiezen de winst te reserveren om deze eventueel op een later moment als dividend uit te keren. 

VOORBEELD 2

Vennootschap B heeft een winst van het boekjaar na belastingen van €1000,00. In dit geval legt de vennootschap een liquidatiereserve aan. Hierop betaal je dan een heffing van 10% mits de wachttermijn gerespecteerd wordt.

Boekhoudkundige winst na belastingen €1000,00

Bijzondere aanslag RV (10%) -€100

Aangelegde liquidatiereserve €900,00

Uitkering ervan na 5 jaar (5%) -€45,00

Te bestemmen winst €855,00

Voor kleine vennootschappen kan het dus interessant zijn om in dat laatste geval toch alvast een heffing van 10% op (een gedeelte van) de te reserveren winst te betalen als ‘bijzondere heffing'. Dit zou je kunnen aanzien als een voorschot op RV die je zal moeten betalen bij een latere uitkering van deze reserves in de vorm van dividenden aan de aandeelhouders. Uit bovenstaand voorbeeld zien we dus dat het interessant kan zijn aangezien bij een gewone dividend uitkering een roerende voorheffing van 30% verschuldigd kan zijn.

Wie beslist over uitkering liquidatiereserve?

De algemene vergadering beslist over de eventuele aanleg van een liquidatiereserve. Dit gebeurt ter gelegenheid van de resultaatsbestemming. Een algemene vergadering dien je als vennootschap verplicht 1 keer per jaar te houden. Wanneer deze algemene vergadering is niet zozeer van belang.

Hoe boek ik een liquidatiereserve?

Een belangrijk gegeven bij het aanleggen van een liquidatiereserve is het zetten in de boekhouding van de vennootschap. De juiste boekhoudkundige rekeningen moeten hierbij ook worden gehanteerd.

Boekhoudkundige verwerking

Allereerst dien je de afzonderlijke aanslag te boeken. Het CBN (Commissie voor Boekhoudkundige normen) adviseert om de liquidatiereserve per jaar van aanleg op afzonderlijke subrekeningen te boeken. Dit maakt het eenvoudiger om na te zien of de wachttermijn wordt gerespecteerd.

De afzonderlijke aanslag wordt geboekt:

6702X Geraamde belastingen XX

450XX Geraamde belastingschulden XX

Aanleg liquidatiereserve wordt geboekt:

6921 Toevoeging overige reserves XX

133XX Beschikbare reserves XX

Hoe liquidatiereserve aangeven in de aangifte?

Hierboven werd reeds de boekhoudkundige verwerking van een liquidatiereserve uiteengezet. Dit dien je ook in de aangifte te verwerken. De 10% roerende voorheffing bij de aanleg van een liquidatiereserve dien je samen met de vennootschapsbelasting op te nemen in de rubriek verworpen uitgaven, namelijk code 1201: niet-aftrekbare belastingen. Daarnaast moet je ook een formulier 275A invullen.

Wat bij een ontbinding?

Bij de stopzetting van een vennootschap is er geen roerende voorheffing verschuldigd en je dient tevens geen rekening te houden met de wachtperiode van vijf jaar. Echter moet je rekening houden met de antimisbruikbepaling van artikel 344, §1 WIB’92. Wanneer een vennootschap ontbindt kan het zijn dat er een liquidatievoorschot wordt uitgekeerd en de activiteiten min of meer worden verdergezet. Dit kan worden aanzien als het ontwijken van belastingen (fiscaal misbruik). In dit geval dient de belastingplichtige te bewijzen dat er geen sprake is van belastingontwijking. De belastingplichtige dient dus andere motieven te hebben. Dit is zo geregeld om te voorkomen dat vennootschappen ontbinden en uitkeren aan een gunsttarief maar daarna weer dezelfde activiteiten voortzetten.

We hebben nu de liquidatiereserve besproken en uitgelegd wat deze juist inhoudt. Je kan je dus afvragen wat een liquidatiereserve zo interessant maakt, en is dit werkelijk altijd voordeliger dan een dividend uitkeren? Deze vragen worden in de volgende paragrafen toegelicht.

Voordelen van een liquidatiereserve

Door deze 10% afzonderlijke aanslag te betalen op het moment (= in het boekjaar) dat je de winst behaalt en reserveert in de vennootschap, verwerf je het recht om deze winsten op een later moment tegen een fikse korting op de RV uit te keren. Een kanttekening dat hierbij dient gemaakt te worden is de wachttermijn van vijf jaar. De vraag nu is: Heb je als vennootschap zoveel geduld (herinner: onaantastbaarheidsvoorwaarde)? Als je de wachttermijn respecteert kan je de liquidatiereserve immers aan 5% roerende voorheffing uitkeren. Hieronder een voorbeeld ter illustratie.

Voorbeeld uitkering liquidatiereserve

Om het eenvoudig te houden gaan we ervan uit dat het boekjaar van jouw vennootschap parallel loopt met het kalenderjaar. Het boekjaar begint op 01/01 en eindigt op 31/12.

Stel: de winst van het boekjaar 2020 bedraagt € 1.000,00. Wanneer je dit onmiddellijk als dividend uitkeert dan houdt de vennootschap een roerende voorheffing van €300,00 in. Deze wordt aan de fiscus doorgestort. Je houdt dus als aandeelhouder €700,00 netto over.

Beslis je echter een liquidatiereserve aan te leggen, dan betaal je samen met de vennootschapsbelastingen, een bijzondere heffing van € 90,91 (= 10% op de liquidatiereserve die overblijft) om een liquidatiereserve van € 909,09 (€ 1.000,00 / 1,1) aan te leggen.

Wat met uitkering voor de wachttermijn

Keer je een dividend uit vóór de wachttermijn van 5 jaar verstreken is, dus vóór 01/01/2026, dan betaal je alsnog 20% RV, nl. € 181,82. Van de € 1.000,00 oorspronkelijke winst hou je dan netto € 727,27 over, net iets meer dan de € 700,00 die je overhoudt als je het dividend onmiddellijk uitkeert. Een jaartje wachten kan je zo toch nog een besparing van 2,73% roerende voorheffing opleveren.

Kan je echter wachten met het uitkeren van de liquidatiereserve tot ná 1/1/2026 dan betaal je slechts 5% roerende voorheffing, nl. € 45,45. Je netto-dividend zal dan € 863,64 bedragen. De totale roerende voorheffing die je per saldo effectief hebt betaald is in dat geval slechts 13,64%.

Een liquidatiereserve vroeger uitkeren is dus niet voordelig.

Kan een liquidatiereserve altijd worden uitgekeerd?

We hebben reeds vermeld dat een liquidatiereserve een fiscaal gunstige wijze is om gelden van de vennootschap uit te keren. Wanneer je de afzonderlijke aanslag van 10 % in beschouwing neemt bij de aanleg ervan en 5% roerende voorheffing bij de uitkering ervan, kan er worden geconcludeerd dat de totale belastingdruk 13,64% bedraagt rekening houdend met de wachtperiode van vijf jaar.

Dubbele uitkeringstest

Enige aandachtspunten die je hier moet maken is dat een vennootschap niet altijd zomaar dividenden kan uitkeren. Het nieuwe vennootschapsrecht legt hier duidelijke beperkingen op. Sinds de nieuwe vennootschapswetgeving zijn besloten vennootschappen en coöperatieve vennootschappen onderworpen aan een dubbele uitkeringstest, namelijk de balanstest en de liquiditeitstest. Kort samengevat betekent dit dat je als vennootschap slechts de liquidatiereserve mag uitkeren indien je de korte termijn schulden kan blijven betalen na de uitkering. Met korte termijn schulden worden alle schulden binnen de twaalf maanden bedoeld. De tweede test kijkt naar het netto-actief van de vennootschap en deze mag niet komen onder een bepaalde minimumgrens.

Kan ik ook een liquidatiereserve aanleggen met een overgedragen verlies?

Je kan een liquidatiereserve ook aanleggen wanneer je als vennootschap met een overgedragen verlies zit. Wel moet je opletten dat de overgedragen verliezen niet al te groot zijn wanneer je een liquidatiereserve aangelegd hebt. Hoe groter het overgedragen verlies, hoe minder liquidatiereserve je kan aanleggen. We hebben tevens ook gezien dat je bij de uitkering een dubbele uitkeringstest moet uitvoeren alvorens het mogelijk is om uit te keren.

Wanneer beter geen liquidatiereserve aanleggen?

Liquidatiereserves aanleggen, en dus een extra heffing van 10% betalen in het jaar waarin je je winst behaalt, heeft natuurlijk enkel zin als je deze winsten ook effectief na een vijftal jaar wil uitkeren en/of als de vennootschap over niet al te lange tijd zal worden vereffend.

Als er geen winstuitkeringen gepland zijn of de vennootschap ook op lange termijn zal blijven voortbestaan, bijvoorbeeld in geval van een familiaal bedrijf met opvolging, dan heeft het aanleggen van liquidatiereserves minder of zelfs geen zin.

Daarnaast is het raadzaam om eventuele overgedragen verliezen uit het verleden eerst te compenseren met de winsten van volgende boekjaren vooraleer daaruit liquidatiereserves op te bouwen. Dat is niet verplicht, maar als je bij vereffening nog verliezen overhoudt, waardoor de liquidatiebonus (= de uiteindelijke winst die de vennootschap bij vereffening aan haar aandeelhouders zal kunnen uitbetalen) lager is dan de opgebouwde liquidatiereserves, dan kan je de te veel betaalde bijzondere heffing van 10% niet meer terugvorderen.

Hetzelfde kan zich voordoen als je liquidatiereserves hebt opgebouwd, maar je op het einde van het ‘leven' van de vennootschap deze nog een tijdje laat verder bestaan met beperkte activiteit, waardoor er nog ‘nieuwe' verliezen ontstaan. Goed plannen en eventueel op tijd liquideren is dus de boodschap.

Desnoods kan een vennootschap het zich niet altijd permitteren om geld onaantastbaar op een passiefrekening te laten staan. Dit betekent dat de vennootschap in kwestie vijf jaar niet aan het geld kan komen om van het voordeel te kunnen genieten. De dubbele uitkeringstest kan immers hier ook een stokje voor steken waardoor een uitkering niet mogelijk is. Wanneer de vennootschap ontbindt is dit een ander verhaal dat reeds werd toegelicht.

En tenslotte: als jouw vennootschap kan genieten van een verlaagde roerende voorheffing van 20 of 15% in het kader van de ‘VVPRbis' regeling, dan is het in vele gevallen interessanter om hiervan gebruik te maken. Maar dat is voer voor een ander artikel. 

Wat met een liquidatiebonus

Een andere voorbeeld voor ondernemingen om te genieten van het verlaagd tarief was de zogenaamde liquidatiebonus. In tegenstelling tot de liquidatiereserve kwam de liquidatiebonus voor bij ondernemingen die in vereffening waren. Bij een liquidatie verkopen vennootschappen alle activa en betalen zo hun schulden af. Als de aandeelhouders meer ontvingen dan ze initieel hadden ingelegd was er sprake van een liquidatiebonus. Op deze laatste betaalden vennootschappen geen roerende voorheffing. Het was dus mogelijk om belastingvrij dividenden uit te keren. Hier kwam echter verandering in sinds het jaar 2002. De roerende voorheffing werd systematisch opgetrokken tot vandaag, het normale tarief van 30 % roerende voorheffing.

Goede planning

Je hebt het wellicht al begrepen: het aanleggen van liquidatiereserves kan je een fikse korting opleveren bij het uitkeren van dividenden uit je vennootschap. Maar het is niet verstandig om hiervoor jaar na jaar blindelings te kiezen: de 10% roerende voorheffing ben je uiteraard telkens toch aan het betalen, en mogelijkerwijs kan je niet van de bijhorende voordelen genieten, of is dat moment gewoon nog te veraf, en kan je het geld voor andere dingen beter gebruiken.

Bekijk de bestemming van je winst dus ieder jaar kritisch, samen met je boekhouder. Deze is de aangewezen persoon om je hierin te adviseren. 

Hieronder nog een tabel met de verschillende tarieven bij uitkering ervan. Dit geeft een duidelijk overzicht van de informatie dat hierboven is meegedeeld. De wachttermijn bepaalt dus hoeveel roerende voorheffing je als vennootschap moet betalen.

Te bestemmen winst

Dividend (20%)

Dividend (25%)

Liquidatiereserve (20%)

Liquidatiereserve (25%)

Belastbare winst

10.000 euro

10.000 euro

10.000 euro

10.000 euro

Na vennootschapsbelasting

8.000 euro (20%) 

7.500 euro (25%) 

8.000 euro (20%) 

7.500 euro (25%)

Bijkomende vennootschapsbelasting

/

/

10% (bedrag / 1,10) 

10% (bedrag / 1,10) 

Liquidatiereserve

/

/

7.273 euro 

6.818 euro 

     

(727 euro taks) 

(682 euro taks) 

Roerende voorheffing

0,3

0,3

Vanaf 5 jaar: 5% 

Vanaf 5 jaar: 5% 

         
     

Bij liquidatie: 0% 

Bij liquidatie: 0% 

Totale belastingdruk

0,44

0,475

Vanaf 5 jaar: 30,9% 

Vanaf 5 jaar: 35,2% 

         
     

Bij liquidatie: 27,3% 

Bij liquidatie: 31,8% 

Netto dividend

5.600 euro

5.250 euro

Vanaf 5 jaar: 

Vanaf 5 jaar: 

     

6.909 euro 

6.477 euro 

     

Bij liquidatie: 

Bij liquidatie: 

     

7.273 euro 

6.818 euro 

(Tabel: overzicht liquidatiereserve; Bron: KBC

Ibrahim Akabi

Accountant en freelance schrijver


1566 views